Knowhow, zowel geologisch als vaktechnisch, is in de natuursteenbranche van zeer groot belang. Het Brachot Stone Expert Center, geleid door een doctor in de geologie, stelt voor iedere door Brachot-Hermant aangeboden natuursteen een uitgebreide en gedetailleerde technische fiche samen. U kan zo'n fiche opvragen via uw vakman. Ook voor technische vragen m.b.t. plaatsing, gebruik van lijmen, verkleuringen enz. kan u op het Brachot Stone Expert Center een beroep doen.
Op Europees vlak wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten normen:
- normen met betrekking tot specifieke testen zoals porositeit, druksterkte, hardheid enz.
- normen voor classificatie en terminologie o.a. de commerciële benamingen voor Europese natuurstenen
- productnormen waarbij de eisen waaraan een afgewerkte natuursteen voor een bepaalde toepassing moet voldoen vastgelegd worden (zoals de technische eigenschappen, de toleranties op afmetingen en vlakheid enz.)
Heel wat normen voor het testen van natuursteen waren tot voor kort gebaseerd op normen voor beton. Momenteel worden gelukkig steeds meer Europese normen vastgelegd specifiek voor het testen van natuursteen. We gaan even kort in op de acht belangrijkste. Klik op de icoontjes voor meer info. Voor een meer gedetailleerde uitleg kan u terecht bij het Brachot Stone Expert Center.
Europese norm NBN EN 1936
Deze norm duidt aan hoeveel massa, uitgedrukt in kg, 1 m³ van het materiaal heeft. Deze 1 m³ bestaat zowel uit gesteente als uit poriën (lucht).
De resultaten geven een indicatie van de compactheidsgraad van een natuursteen. Hoe hoger het cijfer, hoe compacter de steen en hoe minder poreus!
| kalksteen |
1500-2800 kg/m³ |
| marmer |
2600-2800 kg/m³ |
| graniet |
2500-3000 kg/m³ |
| leisteen |
2650-3000 kg/m³ |
Zoals te verwachten zijn granieten en leistenen veel compactere structuren dan kalksteen. Naast de openheid of geslotenheid van de structuur speelt vaak ook de massa van de samenstellende delen, de mineralen, een rol.
Top
Europese norm NBN EN 1936
Deze norm duidt aan welk % van het totale volume (het schijnbare volume) uit poriën bestaat.
Men onderscheidt twee soorten porositeit:
- gesloten porositeit : poriën van de steen zijn van elkaar gescheiden
- open porositeit: de holten zijn onderling door min of meer grote kanaaltjes verbonden die de steen minder of meer doorlatend maken.
In plaats van de porositeit wordt de absorptie vaak als technisch kenmerk opgegeven. De absorptie wordt gegeven als % van de massa (massa opgenomen water t.o.v. massa van een droog proefstuk).
Indicatieve waarden van porositeit (in volume%):
| zachte kalksteen (witsteen) |
5 tot 50 % |
| marmer en compacte kalksteen |
0,2 tot 5 % |
| graniet |
0 tot 2 % |
| leisteen |
< 3 % |
Er bestaan grote verschillen tussen de verschillende kalksteensoorten. Het % aan poriën geeft duidelijkheid over de geslotenheid of dichtheid van de structuur. Deze verschillen hangen bijvoorbeeld samen met de diepte van ontginning en met de graad van metamorfose dat het gesteente onderging. Het bepaalt eveneens of een type al dan niet polijstbaar is. Een gesteente moet een voldoende dichte structuur hebben om polijstbaar te zijn. Men moet er ook rekening mee houden dat materialen die minder gemakkelijk water opnemen het soms ook moeilijk terug afgeven, vooral wanneer het materiaal poriën bevat die niet direct in contact staan met de buitenlucht. Naar vorstbestendigheid toe is het vasthouden van vocht een nadeel.
Top
Europese norm NBN EN 1926
Deze norm geeft de druk aan waarbij net geen breuk optreedt. Men houdt daarbij rekening met het oppervlak dat belast wordt. De druksterkte wordt uitgedrukt in N/mm². Deze norm kan helpen om een natuursteensoort te kiezen met de gewenste druksterkte voor specifieke drukbelastingen waaraan het materiaal in het gebouw zal blootgesteld worden, rekening houdend met een veiligheidscoëfficiënt.
De heterogeniteit van het materiaal speelt een grote rol. Bepaalde metamorfe gesteenten vertonen een groepering en gerichtheid van mineralen in evenwijdige banden of lijnen. Men noemt dit foliatie. De lagen hebben een verschillende mineralogische samenstelling. Afhankelijk van een evenwijdige of loodrechte druk ten opzichte van de lagen bekomt men een totaal andere druksterkte.
Indicatieve waarden van druksterkte (in N/mm²) van verschillende soorten natuursteen worden in onderstaande tabel weergegeven:
| kalksteen (witsteen) |
2 tot 240 N/mm² |
| marmer |
40 tot 230 N/mm² |
| graniet |
80 tot 400 N/mm² |
| leisteen |
40 tot 260 N/mm² |
De druksterktes zijn voor alle soorten sterk uiteenlopend. Graniet scoort gemiddeld opnieuw het hoogst.
Top
Europese norm NBN EN 12372
De buigsterkte wordt uitgedrukt in N/mm².
De buigsterkte, ook aangeduid als buigtreksterkte of treksterkte, duidt de maximale last aan die het materiaal kan dragen voor dit specifieke soort belastingen.
De buigsterkte is altijd veel lager dan de druksterkte (ongeveer 1/10 voor graniet en kalksteen tot 1/15 voor zandsteen). De kennis van de buigtreksterkte is van belang bij het gebruik van natuursteen voor bijvoorbeeld vrijstaande trappen of overstekende delen. Men houdt ook best rekening met de buigsterkte wanneer er kans bestaat op scheurvorming door krimpwerking en/of thermische spanningen.
Top
De hardheid van een materiaal wordt meestal aangeduid door een getal dat verwijst naar de tabel van MOHS. Dit is een lijst van mineralen waarbij ieder mineraal de voorgaande in de lijst kan krassen en de volgende niet.
Gesteenten zijn samenstellingen van verschillende mineralen en de hoeveelheid van een bepaald mineraal per tegel, plaat, blok... kan sterk verschillen. Om de hardheid van een materiaal te berekenen neemt men het gemiddelde van de hardheden van de mineralen die erin voorkomen (zonder rekening te houden met de hoeveelheid waarin ze voorkomen). Vandaar dat deze hardheid niet altijd een juist beeld geeft van de hardheid van elk stuk, elke tegel, elke plaat... maar het geeft wel een goed beeld of een bepaald gesteente gemakkelijk te bekrassen is of niet. Voorbeelden van hardheden van verschillende soorten natuursteen:
- graniet, gneis: van 6 tot 7 (gecontroleerd door de aanwezigheid van kwarts en veldspaten)
- basalt, gabbro: van 5 tot 6,5 (gecontroleerd door de aanwezigheid van veldspaat, hoornblende)
- marmer, kalksteen: 3 (gecontroleerd door de aanwezigheid van calciet)
Door deze hardheid kunnen marmer en kalksteen bekrast worden door bijvoorbeeld keukenmessen, terwijl granieten daardoor niet kunnen bekrast worden.
Top
Dit is de weerstand van de steen tegen afslijten. Het is een maat om te beoordelen of een materiaal geschikt is als vloer in een bepaalde ruimte. De testen om de slijtweerstand te bepalen onderzoeken het effect dat de circulatie van personen heeft op het materiaal (de wrijving). De slijtsterkte geeft een juister beeld wat de vloertoepassing betreft in vergelijking met de hardheid.
Er bestaan twee soorten slijtage:
- De zichtbare slijtage
- De diepteslijtage
Zichtbare slijtage is bijvoorbeeld de verandering van de glans bij gepolijste oppervlaktes. Hiervoor bestaan er geen genormaliseerde proeven. Voor vloeren die intens belopen worden, moet rekening gehouden worden dat een glanzend oppervlak, hoe hard het materiaal ook is, kan afslijten. De slijtage van glanzende oppervlaktes wordt niet alleen bepaald door de hardheid van het materiaal, maar ook door externe factoren zoals de intensiteit van belopen, het onderhoud, de aanwezigheid van krassende deeltjes,...
Voor de diepteslijtage bestaat er tegenwoordig een Europese norm op basis van de Capon-proef (NBN EN 14157). Voorheen werd vooral de Belgische Amsler-proef gevolgd (NBN B27-003). Omdat er nog weinig ervaring is met de Capon-proef (vb. wat betreft criteria), wordt de Amsler-proef nog steeds toegelaten.
| Slijtsterkte |
Intensief collectief gebruik |
Normaal collectief gebruik |
Individueel gebruik |
| Amsler (mm/1000m) |
≤ 4 |
≤ 8 |
≤ 12 |
Top
Europese norm NBN EN 12371
Bij deze proef worden proefstukken aan rechtstreekse vorst-dooi-cycli onderworpen en wordt visueel en door middel van een meting van de elasticiteitsmodulus nagegaan of het materiaal vorstbestendig is.
De Europese norm legt echter geen relatie tussen het aantal cycli die een natuursteen ondergaat en de toepassing in de realiteit. Elke toepassing heeft immers een andere vorstbelasting: terrastegels liggen rechtstreeks op een bevroren ondergrond, terwijl een verluchte gevelbekleding een minder streng vorst regime ondergaat. Verschillende organisaties zijn momenteel criteria aan het zoeken waaraan, gebaseerd op de nieuwe Europese norm, de gebruikstoepassingen kunnen gekoppeld worden.
Top
Europese norm NBN EN 14231
Deze norm geeft aan in welke mate een tegel weerstand biedt aan slipgevaar. De slipweerstand van een tegel heeft invloed op het comfort en de veiligheid bij belopen, op de reinheid en het uiterlijk van de vloer.
De slipweerstand kan na verloop van tijd veranderen door slijtage, door vuil, door onderhoudsproducten enz.
De waarde 'slipweerstand' wordt voornamelijk bepaald door de oppervlakteafwerking van een tegel. Bij toepassingen waar slipveiligheid belangrijk is, wordt gekozen voor een ruwere oppervlakteafwerking. De criteria op Europees niveau moeten ook nog definitief vastgelegd worden.
Brachot-Hermant investeert heel wat in technische knowhow. Het Brachot Stone Expert Center is uniek in Europa. De technische fiches getuigen van een grondige kennis van natuursteen.
Iedere fiche bevat gedetailleerde informatie over het uitzicht, de petrografische gegevens (indien beschikbaar), de mogelijke afwerkingen, technische gegevens met betrekking tot de hierboven beschreven testen (indien beschikbaar), gebruikstoepassingen en plaatsings- en onderhoudsvoorschriften.
Top