Europese norm NBN EN 1926
Deze norm geeft de druk aan waarbij net geen breuk optreedt. Men houdt daarbij rekening met het oppervlak dat belast wordt. De druksterkte wordt uitgedrukt in N/mm². Deze norm kan helpen om een natuursteensoort te kiezen met de gewenste druksterkte voor specifieke drukbelastingen waaraan het materiaal in het gebouw zal blootgesteld worden, rekening houdend met een veiligheidscoëfficiënt.
De heterogeniteit van het materiaal speelt een grote rol. Bepaalde metamorfe gesteenten vertonen een groepering en gerichtheid van mineralen in evenwijdige banden of lijnen. Men noemt dit foliatie. De lagen hebben een verschillende mineralogische samenstelling. Afhankelijk van een evenwijdige of loodrechte druk ten opzichte van de lagen bekomt men een totaal andere druksterkte.
Indicatieve waarden van druksterkte (in N/mm²) van verschillende soorten natuursteen worden in onderstaande tabel weergegeven:
| kalksteen (witsteen) |
2 tot 240 N/mm² |
| marmer |
40 tot 230 N/mm² |
| graniet |
80 tot 400 N/mm² |
| leisteen |
40 tot 260 N/mm² |
De druksterktes zijn voor alle soorten sterk uiteenlopend. Graniet scoort gemiddeld opnieuw het hoogst.