Dit is de weerstand van de steen tegen afslijten. Het is een maat om te beoordelen of een materiaal geschikt is als vloer in een bepaalde ruimte. De testen om de slijtweerstand te bepalen onderzoeken het effect dat de circulatie van personen heeft op het materiaal (de wrijving). De slijtsterkte geeft een juister beeld wat de vloertoepassing betreft in vergelijking met de hardheid.
Er bestaan twee soorten slijtage:
- De zichtbare slijtage
- De diepteslijtage
Zichtbare slijtage is bijvoorbeeld de verandering van de glans bij gepolijste oppervlaktes. Hiervoor bestaan er geen genormaliseerde proeven. Voor vloeren die intens belopen worden, moet rekening gehouden worden dat een glanzend oppervlak, hoe hard het materiaal ook is, kan afslijten. De slijtage van glanzende oppervlaktes wordt niet alleen bepaald door de hardheid van het materiaal, maar ook door externe factoren zoals de intensiteit van belopen, het onderhoud, de aanwezigheid van krassende deeltjes,...
Voor de diepteslijtage bestaat er tegenwoordig een Europese norm op basis van de Capon-proef (NBN EN 14157). Voorheen werd vooral de Belgische Amsler-proef gevolgd (NBN B27-003). Omdat er nog weinig ervaring is met de Capon-proef (vb. wat betreft criteria), wordt de Amsler-proef nog steeds toegelaten.
| Slijtsterkte |
Intensief collectief gebruik |
Normaal collectief gebruik |
Individueel gebruik |
| Amsler (mm/1000m) |
≤ 4 |
≤ 8 |
≤ 12 |